Zondag 29 maart 2026 om 10:00 uur

Morgendienst
Voorganger(s): ds. J. Maasland uit Den Haag



Inleidend orgelspel

Welkom

Intochtslied: Psalm 122: 1 en 3
1            Hoe sprong mijn hart hoog op in mij,
               toen men mij zeide: “Gord u aan
               om naar des HEREN huis te gaan!
               Kom ga met ons en doe als wij!”
               Jeruzalem, dat ik bemin,
               wij treden uwe poorten in,
               u, Godsstad, mogen wij ontmoeten!
               Jeruzalem, van ver aanschouwd,
               wel saamgevoegd en welgebouwd,
               o schone stede, die wij groeten.

3            Bidt heil toe aan dit Vredesoord:
               dat die u mint bevredigd zij,
               dat vrede in uw wallen zij,
               gezegend zij uw muur en poort!
               Jeruzalem, dat ik bemin,
               wij treden uwe poorten in
               om u met vrede te ontmoeten!
               Om al mijn broeders binnen u,
               om ’s HEREN tempel wil ik u,
               o stad van God, met vrede groeten.

Stil gebed

Bemoediging en groet

Moment voor de kinderen

Muziek: “Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht
https://www.youtube.com/watch?v=9XmjJvFbP2Q

Gebed om ontferming

Samenzang: Lied 538
1            Een mens te zijn op aarde
               in deze wereldtijd,
               is leven van genade
               buiten de eeuwigheid,
               is leven van de woorden
               die opgeschreven staan
               en net als Jezus worden
               die ’t ons heeft voorgedaan.

2            Een mens te zijn op aarde
               in deze wereldtijd,
               is komen uit het water
               en staan in de woestijn,
               geen god onder de goden,
               geen engel en geen dier,
               een levende, een dode,
               een mens in wind en vuur.

3            Een mens te zijn op aarde
               in deze wereldtijd,
               dat is de dood aanvaarden,
               de vrede en de strijd,
               de dagen en de nachten,
               de honger en de dorst,
               de vragen en de angsten,
               de kommer en de koorts.

4            Een mens te zijn op aarde
               in deze wereldtijd,
               dat is de Geest aanvaarden
               die naar het leven leidt;
               de mensen niet verlaten,
               Gods woord zijn toegedaan,
               dat is op deze aarde
               de duivel wederstaan.

Gebed bij de opening van het Woord

Eerste Schriftlezing: Zacharia 9, 9–10 (NBV21) door lector
9Juich, vrouwe Sion,
Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht,
bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.
10Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen
en de paarden uit Jeruzalem;
de oorlogsboog wordt gebroken.
Hij zal vrede stichten tussen de volken.
Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,
van de Rivier tot aan de einden der aarde.

Samenzang: Psalm 72: 6 en 7
6            Bloeie zijn Naam in alle streken,
               zolang de zon verrijst.
               Zijn koningschap zij ons een teken
               dat naar Gods toekomst wijst.
               Dat opgetogen allerwegen
               de volken komen saam,
               elkander groetend met de zegen
               van zijn doorluchte Naam.

7            Laat ons de grote naam bezingen
               van Hem, die Israël leidt,
               want Hij alleen doet grote dingen,
               zijn roem vervult de tijd.
               Loof God de HEER, Hij openbaarde
               zijn wonderen, zijn eer.
               Zijn heerlijkheid vervult de aarde.
               Ja, amen, loof de HEER.

Tweede Schriftlezing: Lucas 19, 29–40 (NBV21) door lector
29Toen Hij Betfage en Betanië bij de Olijfberg naderde, stuurde Hij twee van de leerlingen vooruit 30en zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp daarginds. Daar zullen jullie een vastgebonden veulen vinden, dat nog nooit door iemand bereden is. Maak het los en breng het hier. 31Als iemand jullie vraagt: “Waarom maken jullie het los?”, moeten jullie antwoorden: “De Heer heeft het nodig.”’ 32De beide leerlingen gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd. 33Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars hun: ‘Waarom maken jullie het los?’ 34Ze antwoordden: ‘De Heer heeft het nodig.’ 35Daarna brachten ze het veulen naar Jezus. Ze wierpen hun mantels over het dier en lieten Jezus erop zitten. 36Onderweg spreidden de leerlingen hun mantels voor Hem op de weg uit. 37Toen Hij op het punt stond de Olijfberg af te dalen, begon de hele groep leerlingen vol vreugde en met luide stem God te prijzen om alle wonderdaden die ze hadden gezien. 38Ze riepen: ‘Gezegend Hij die komt als koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!’ 39Enkele farizeeën in de menigte zeiden tegen Jezus: ‘Meester, berisp uw leerlingen.’ 40Maar Hij antwoordde: ‘Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.’

Samenzang: Lied 550
1            Verheug u, gij dochter van Sion,
               en jonkvrouw Jeruzalem, juich!
               Uw koning rijdt binnen, 
               het rijk gaat beginnen,
               de zalige tijden, 
               Hij komt ons bevrijden
               rechtvaardig, zachtmoedig,
               de aarde zal spoedig
               een bloeiende tuin zijn van vrede en recht,
               de Heer heeft het heden gezegd.

2            Verheug u, gij dochter van Sion, 
               en jonkvrouw Jeruzalem, juich!
               Hij zal u regeren
               met God en met ere.
               De wagens, de paarden,
               de wapens, de zwaarden,
               krijgszuchtige plannen,
               Hij zal ze verbannen,
               Hij zal ze verdoen in zijn toorn en zijn recht,
               het is van te voren voorzegd.

3            Verheug u, gij dochter van Sion,
               en jonkvrouw Jeruzalem, juich!
               Zijn daden, zij zullen
               de aarde vervullen,
               voor jood en voor heiden
               door dood en door lijden
               draagt Hij met zich mede
               de blijdschap, de vrede,
               Hij rijdt op een ezel. Hij lijdt als een knecht, 
               zo brengt Hij het leven terecht.

Verkondiging

Samenzang: Lied 340b
               Ik geloof in God de Vader, de Almachtige,
               Schepper des hemels en der aarde.
               En in Jezus Christus, Zijnen enig-geboren Zoon, onze Here,
               Die ontvangen is van de Heil-ge Geest;
               geboren uit de maagd Maria.
               Die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
               is gekruisigd, gestorven en begraven,
               nedergedaald ter helle,
               ten derde dage wederom opgestaan van de doden.
               Opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods,
               des almachtigen Vaders,
               vanwaar Hij komen zal
                              om te oordelen de levenden en de doden.
               Ik geloof in de Heilige Geest.
               Ik geloof in één heilige, algemene, Christelijke Kerk,
               de gemeenschap der heiligen.
               Vergeving der zonden,
               wederopstanding des vleses
               en een eeuwig leven.
               Amen, amen, amen.

Dank- en voorbeden

Mededelingen en gelegenheid tot het ‘regelen’ van de gaven

Samenzang slotlied: Lied 557: 1, 2 en 3
1            Naam van Jezus die ten dode
               op het hout geschreven zijt,
               vreemde koning van de Joden
               die ten spot verheven zijt,
               vorstelijk hebt Gij gestreden
               om de vrede
               tot in alle eeuwigheid.

2            Zoon van God en zoon van David,
               priester zonder waardigheid
               die ten dienste van de slaven
               als een slaaf op aarde zijt,
               aan de mens gelijk geworden,
               ja gestorven
               voor ons aller zaligheid.

3            Alle leven moet zich buigen,
               voor U buigen mettertijd,
               al wat stem heeft zal getuigen
               dat Gij heer en meester zijt,
               God heeft U een naam gegeven,
               hoog verheven
               boven alle namen uit.

Wegzending en Zegen
Gemeente antwoordt met ingetogen gezongen ‘amen’

Uitleidend orgelspel



 

terug