|
Zondag 25 januari 2026
om 10:00 uur
Morgendienst
Voorganger(s): Pastor R. Koekkoek - de Boer
Thema: Kom en volg Mij
- Welkom en mededelingen door de lector van dienst
- Intochtspsalm: Heer, U doorgrondt en kent mij (Lied 139b)
- Bemoediging en groet
- Moment voor de kinderen en kinderlied Simon en Andreas (met tekst)
- Zingen als drempelgebed: Wanneer ik mij geborgen dacht (Lied 139: 6 en 14)
- Kyriëgebed en voor de opening van de Schrift
- Schriftlezing: Matteüs 4: 12 – 22
- Aandacht voor Bijbelzondag: Wie werd er geroepen?
| Hij vroeg: ‘Wie bent U, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.’ |
| Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert.’ |
| Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, …., God heeft je zijn gunst geschonken. |
| Isaï liet hem halen. Het was een knappe jongen met rossig haar en sprekende ogen. En de Heer zei: ‘Hem moet je zalven. Hij is het.’ |
| ….. was gaan staan en zei tegen de Heer: ‘Luister, Heer, de helft van mijn bezittingen zal ik aan de armen geven, en als ik iemand iets heb afgeperst, zal ik het viervoudig vergoeden.’ Jezus antwoordde: ‘Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook deze man is een zoon van Abraham. |
| De Heer richtte zich tot ….: ‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen, want Ik heb gezien hoe haar inwoners zich misdragen.’ |
| De jammerklacht van de Israëlieten is tot Mij doorgedrongen en Ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. Daarom stuur ik jou nu naar de farao |
| De stem zei tegen mij: ‘Mensenkind, eet op wat je wordt voorgehouden; eet deze rol op en ga naar de Israëlieten om te profeteren.’ Ik opende mijn mond en kreeg de boekrol te eten, en de stem zei: ‘Mensenkind, vul je maag en je buik met deze rol, die Ik je geef.’ Ik at de rol op; hij was zo zoet als honing. |
| ‘Ga naar je meesteres terug,’ zei de engel van de Heer, ‘en wees haar weer gehoorzaam.’ En Hij vervolgde: ‘Ik zal je veel nakomelingen geven, zo veel dat ze niet te tellen zullen zijn. Je bent nu zwanger en zult een zoon ter wereld brengen. |
| Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiend kooltje van het altaar en vloog daarmee op mij af. Hij raakte mijn mond ermee aan en zei: ‘Dit heeft je lippen aangeraakt; je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan.’ Daarop hoorde ik de stem van de Heer zeggen: ‘Wie zal Ik sturen? Wie kan namens ons gaan?’ Ik antwoordde: ‘Hier ben ik, stuur mij.’ |
- Lied voor de verkondiging: Jezus die langs het water liep (Lied 531: 1, 2 en 3)
- Verkondiging
- Zingen: Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig (Lied 275: helemaal)
- Dankgebed en voorbede
- Collectemoment en het klaarmaken van de tafel (kinderen ophalen voor het Avondmaal)
- Gebed over de gaven
- Voorbereidingslied: Gij hebt mij, Heer, geroepen aan uw dis (Lied 381: 2, 4 en 5)
- Tafelgebed: met tijdens het gebed Lied 985: 3 en afgesloten met het ‘Onze Vader’
- Gemeenschap van Brood en Wijn
- Loflied na de maaltijd: U wil ik danken, grote Levensvorst (Lied 381: 6)
- Gebed na de Maaltijd
- Mededelingen
- Slotlied: God heeft het eerste woord (Lied 513: helemaal)
- Zegen
- Zing amen
|